8 juli 2009

Old Man


Ik weet waar ik heen wil. En dat ik er
nooit zal gaan, nee;
dit is de verkeerde plaats, maar ook: het verkeerde
hart, de verkeerde tijd
het godvergeten café met de oude mannen,
Bob D. aan de bar of nee op de achtergrond, je zou
toch denken dat wijsheid met de jaren, maar nee
ik weet al evenveel als zij

zoals het zonlicht de wegen verwarmt en
het asfalt doet walmen, de tijd ons de rug
toekeert
sinds ik weet waarheen ik moet gaan
raakt alles steeds meer kwijt

zoals het landschap
zo vaak
moe is. Oude man.

Ik laat het warme zand door mijn handen glijden, als een zandloper die niets aangeeft. Alsof oud worden niets met het verstrijken van de tijd te maken heeft, maar alleen met het besef dat tijd bestaat, dat plaats bestaat, dat je ergens bent; dat je goed zou kunnen doen, hier, nu, als je het hart op de juiste plek zou voelen kloppen.


(c) H. Ruiter


29 juni 2009

Happy Birthday, Sam


O Sam heb je wel gezien dat verlangen roept, zo sterk, zo

vol van jou roept het verlangen dat

kun je niet weerstaan maar als je verliest dan win je alles.


She blows the candles out in vain

you cannot change

an ordinary day

she opens up the window to let me in

please let me in.


She does not mind the pain

of night and day and weeks of rain.

The craving never ends

-once it begins-

Once you lose you win.


Happy birthday Sam

I wonder every day

where has it all gone

Happy birthday Sam

it’s going down today

it’s going down today

…Happy birthday Sam.



(c) 2009 H. Ruiter

23 juni 2009

Terug naar G. | Deel X


Terug naar G., mijn dagen hier zijn voorbij. Niemand
ziet vanachter de gordijnen wie ik ben; hun handen rusten op de
kleden op de tafels, de lampenkappen met de bloemen geven
net te weinig licht om de fotoboeken nog te kunnen
zien, en gelukkig maar; bij oude foto’s is niemand echt gebaat

En jij, in dat groezelige café, met je warme lijf tegen de centrale
verwarming gedrukt, je cappuccino drinkend, het schuim om je
smalle lippen, je lieve lach, nu nog rode wijn en het is weer net als

ik voelde aan je zachte kut in de donkere nacht, G. lag buiten
te slapen, hier en daar brandde nog een lamp met bloemenkap,
hier en daar zwierf nog een kat op zoek naar een maatje om mee
te paren, in die romantiek waren we verzeild geraakt.

Nu ik in G. heb gezocht naar de botten van mijn voorvaderen, naar
de resten van hond N., nu ik in mijn oude achtertuin niets vond
dan een verweerde waslijn en wat resten van het huis
waar ik ooit geboren werd, in slijm gehuld en rood van leven en
van het schreeuwen

nu weet ik dat G. niet meer bestaat, dat het fictie is,
de paarse heide waar ik in de regen met jou heb geschuild onder de
weinige bomen naast de spoorlijn, naast het razen van de treinen
pratend onverstaanbaar schreeuwend, zoals ik werd geboren
schreeuwde ik tegen het treingeweld in die nacht op de heide

nu weet ik dat G. niet is wat ik dacht dat het zou zijn: een plek om
iets te vinden, het hart van wat ik ben.

Nog even geniet ik van je koele zomeravondbries, je ruïnes, je
geluiden in de verte, je in bloemen gehulde waanzin; G. ik heb je lief,
maar nooit meer keer ik naar je terug


(c) 2009 H. Ruiter

De Almanak van de laaghangende zon | Deel III



VII Over verlangen

Geluk heeft zo z’n grenzen – het is de
emotie van eenvoudige mensen maar ook
die van krankzinnigen

(‘Elke trein wil naar Parijs
als je hem zijn zin laat doen
Als je hem de sporen geeft
gaat hij zo meteen op reis’

`En elke vezel van mijn hart
wil naar jou, wil naar jou
de weg is lang
en ik ben bang
dat ik nooit aankomen zal´*)

Wellicht omdat verlangen naar geluk
altijd weer krankzinnig maakt,
wat zeg ik,
vermoedelijk krankzinnig maakt


VIII

Het einde van de dag lief, lief
de dag eindigt hier.
De zon is nog een streepje rood
net aan het einde van de deur
met de kat gemoedelijk spinnend
en de tuin in koudgeworden rust;
de bomen voor de ramen
wiegen zacht en nietszeggend
zoals wij elkaar omarmen –
zacht
nietszeggend
zacht
nietszeggend
enz.


* Herman van Veen, ‘Elke trein wil naar Parijs’


(c) 2009 H. Ruiter

22 juni 2009

De Almanak van de laaghangende zon | Deel II


IV Over verdwijnen


Nog even over dat verdwijnen – je deed het en ik

keek

tot er zelfs in de verre verte

niets meer te zien viel. De trein was vervaagd

tot een kleine stip, lonkend aan de horizon.

Jij liet je achter het dikke plexiglas

niet meer verleiden tot lieve woorden,

lieve zinnen als ik hou ik hou ik hou

zo godvergeten veel van jou dat het soms ook

pijn doet soms ook mijn lijf verscheurt haast

doodmaakt soms haast

haat wordt –


dat vreselijke verdwijnen dat je deed, dat heeft

geen van ons echt goed gedaan.



V Over sterven


Dat je wilde sterven in de gloed van de

laaghangende zon, dat

heeft me toen wel veel gedaan, dat gevoel van

warmte in je koude botten, opwarmen en weer

afkoelen, tot een stijve zak met vlees en botten, tot een

levenloze pop die we in een kist legden en dat we

een portret neerzetten in de tuin nog zo recent

en dat er toen een schaduw viel en dat de mensen

kwamen en vertelden over de dagen dat je nog

kon lopen en dat ze zeiden dat je er zo mooi

bij lag terwijl het eigenlijk heel verschrikkelijk was.



VI Over leven


Dat in de Almanak beschreven stond hoe je kon

leven in de nazon in de middag met een fles

witte wijn stilzwijgend op een terras zittend en

drinkend en zwijgend en kijkend hoe de zon langzaam

maar heel zeker haar baan over het einde van de stad

vervolgde en ons vervolgens alleen zou laten met de

nacht en de mensen en de drank en de lust –


dat heb ik altijd het meest intrigerende gevonden aan

die hele Almanak, die volledigheid en die

volmaakte liefde voor alles wat ik liefheb.



(c) 2009 Henk Ruiter

8 juni 2009

De Almanak van de laaghangende zon | Deel I


I

Niet waar in dit platte land de enkele
zonnestralen vallen maar waar
regenbuien donderstenen neerstriemen
als zweepslagen drinken we vuurwater
tot we vallen en dan bloedend
kruipend de weg vervolgen niet
op zoek naar zon maar water om de
hoofdpijn weg te spoelen

II

Sterf maar lief hier in mijn armen
ik kan het hebben dat je nooit meer
hier zult zijn
het zou me verlichten om te weten
dat je nooit meer dat zult voelen
wat we voelen
als we leven

III

Opeens weet je dat er niets meer te vertellen is
dat alles al gezegd is dat er voor de
oude Franse muur slechts gezwegen
dient te worden
dat de oude Europese weg
die warm rust in the afternoon
een laatste plaats geworden is om
alles zoals we gelezen hebben
in de Almanak ook in
daden om te zetten –

Zon, laat in de middag,
landschap, zwijgen,
denken, verdwijnen.



(c) 2009 Henk Ruiter

12 mei 2009

Ode


O, en als ik aan de dood denk, denk ik

exclusief aan jou





(c) 2009 H. Ruiter